Welkom bij a.s.r.

Wij gebruiken technieken in de site die niet worden ondersteund door jouw browser. Wij ondersteunen wel alle laatste versies van Chrome, Safari, Firefox en Internet Explorer.

Home producten Verzekeringen levensverzekeringen Je lijfrente komt vrij: banksparen of verzekeren?

Je lijfrente komt vrij: banksparen of verzekeren?

Je lijfrente is vrijgekomen en je wilt het bedrag een aantal jaren laten uitkeren als aanvulling op je AOW en pensioen. Dan kun je kiezen om dit via een verzekering of via een bankspaarrekening te doen. Wat zijn de verschillen tussen beide uitkeringen?

Uitkering via lijfrenteverzekering of via banksparen

Je bent vrij om te kiezen hoe je jouw vrijgekomen lijfrente laat uitkeren. Je kunt ervoor kiezen om een verzekering af te sluiten. De uitkeringen van een lijfrenteverzekering lopen door totdat je overlijdt. Ga je banksparen, dan bepaal je van te voren hoeveel en hoe lang de bank uitkeert. Bekijk en vergelijk voordat je beslist en kies het product dat het beste bij jouw financiële wensen past.

  • Wat is banksparen? toon

  • Wat is een lijfrenteverzekering? toon

Overzicht bank- en verzekeringsproducten

Soort lijfrente Verzekeraar Bank
Levenslange oudedagslijfrente De ingangsdatum is vrij, maar uiterlijk 5 jaar na de AOW-leeftijd. De uitkering stopt na het overlijden van de verzekerden. De ingangsdatum is vrij, maar uiterlijk 5 jaar na de AOW-leeftijd. De uitkering moet lopen tot minimaal 20 jaar na de AOW-leeftijd van de verzekerde.
Tijdelijke oudedagslijfrente

De lijfrente mag pas ingaan in het jaar dat je de AOW‐leeftijd bereikt, maar uiterlijk 5 jaar na de AOW-leeftijd. De einddatum is minimaal 5 jaar na het ingaan van de lijfrente, maar later mag ook.

Voor verzekerden die op 31 december 2013 een lopende lijfrenteverzekering hadden, is er een overgangsregeling van toepassing.

  • Heb je na 31 december 2013 geen premie meer betaald; dan mag de volledige waarde worden gebruikt voor een tijdelijke oudedagslijfrente vanaf 65 jaar;
  • Heb je na 31 december 2013 nog wel premie betaald; dan mag je de waarde die je had op 31 december 2013 gebruiken vanaf 65 jaar. Het kapitaal dat na 31 december 2013 is opgebouwd, mag niet ingaan voor AOW-leeftijd.

De einddatum van beide situaties is minimaal 5 jaar na ingaan van de lijfrente, maar later mag ook.

Overbruggingslijfrente Deze lijfrente kan niet worden afgesloten bij een bank.

Voor verzekerden die op 31 december 2005 een lopende lijfrenteverzekering hadden, zijn 2 situaties van toepassing.
  • Heb je na 31 december 2005 geen premie meer betaald; dan mag je de volledige waarde gebruiken voor een overbruggingslijfrente;
  • Heb je na 31 december 2005 nog wel premie betaald; dan mag je de waarde die je had per 31 december 2005 gebruiken voor een overbruggingslijfrente. Het kapitaal dat je na 31 december 2005 hebt opgebouwd moet je gebruiken voor een andere lijfrentevorm;
  • De ingangsdatum is vrij;
  • De einddatum kies je zelf: in het jaar dat je 65 jaar wordt, of in het jaar dat je levenslange pensioen ingaat, of in het jaar dat je je AOW‐leeftijd bereikt.
 Nabestaandenlijfrente De ingangsdatum is het overlijden van verzekerde. De einddatum is na het overlijden van de ontvanger. Uitzonderingen zijn: 
  • Voor de fiscaal partner van de overledene geldt dat de nabestaandenlijfrente ten minste een aantal jaren uitkeert. Langer mag altijd. Het aantal jaren hangt af van de leeftijd. Hoe hoger de leeftijd van de partner, hoe korter de duur van de uitkering mag zijn.
  • Voor een kind van de overledene dat ouder is dan 30 mag de uitkering alleen levenslang zijn. Ook voor enkele andere nabestaanden (onder andere broer, zus van de overledene) geldt dit.
  • Bij een leeftijd onder de 30 moet de uitkering uiterlijk eindigen bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaar.

De ingangsdatum is na overlijden van verzekerde. De einddatum is:

  • Voor de fiscaal partner van de overledene geldt een minimale looptijd van 5 jaar
  • Voor (groot)ouders, broers en zussen, (klein) kinderen en neven en nichten is de looptijd afhankelijk van de leeftijd van de ontvanger. Is de ontvanger jonger dan 30 jaar? Dan loopt de uitkering minimaal 5 jaar. Wordt de ontvanger binnen die 5 jaar 30? Dan stopt de uitkering op dat moment. Is de ontvanger ouder dan 30 jaar? Dan is de looptijd minimaal 20 jaar.
  • Voor alle andere ontvangers geldt een minimale looptijd van 5 jaar.
 

Advies

Omdat het om een aanvulling op je pensioen gaat, is het verstandig goed na te denken wat je wensen zijn. Weet je al wat je wilt? Dan kun je vaak direct het product afsluiten dat je hebt uitgezocht. Twijfel je nog? Een adviseur kan samen met jou onderzoeken wat het beste past bij jouw persoonlijke situatie.