Home Blogs van a.s.r. Werkgever, dit zijn 3 nieuwe fiscale mogelijkheden van het pensioenakkoord

Werkgever, dit zijn 3 nieuwe fiscale mogelijkheden van het pensioenakkoord

06 januari 2021
Het pensioenakkoord kan voor veel veranderingen zorgen tussen de werkgever en werknemer. Het biedt ook kansen. Zoals de drie nieuwe fiscale mogelijkheden voor de werkgever om te zorgen dat een werknemer vitaal ouder kan worden. Daarover, en over de transitie van het huidige naar het nieuwe pensioenstelsel, sprak Frédérique Hoppers-Rademaker (advocaat-partner Dirkzwager legal & tax) tijdens ons webinar van 3 december jl. In dit blog zetten we de drie nieuwe én de drie bestaande fiscale mogelijkheden voor je op een rij.
Webinar nog niet gezien?

Hoor meer over de gevolgen en kansen van het pensioenakkoord voor werkgevers.

Bekijk webinar!
Drie bestaande fiscale mogelijkheden van het pensioenakkoord

Het pensioenakkoord biedt werkgevers drie nieuwe fiscale mogelijkheden. Hierdoor kun je als werkgever gerichter beleid maken als het gaat om pensioen en vitaal ouder worden. Voordat we de nieuwe mogelijkheden noemen, zetten we eerst nog even de bestaande fiscale mogelijkheden voor je onder elkaar. Het gaat om:

Mogelijkheid 1: De generatieregeling 

De generatieregeling, ook wel senioren- of demotieregeling, maakt het mogelijk dat de werknemer minder werkt, daarvoor een meer dan evenredig salaris ontvangt en pensioen opbouwt over het oude fulltime salaris. Dus bijvoorbeeld: 80% werken voor 90% salaris met 100% pensioenopbouw. Hierbij is het van belang dat de werknemer tenminste 50% blijft werken. En moet je als werkgever bereid zijn om deze regeling in te voeren.

Mogelijkheid 2: Storting in fiscale ruimte

Is de pensioenopbouw in het verleden niet fiscaal-optimaal geweest? Dan bestaat de mogelijkheid om dit in te halen. De werknemer kan dan extra stortingen doen. Dit mag betaald worden door de werknemer of door de werkgever. Wanneer de werknemer betaalt, dan wordt de ‘inhaal’ in aftrek gebracht op het belastbaar loon. Betaalt de werkgever? Dan geldt de omkeerregel. Dat wil zeggen dat de storting niet nu als loon wordt belast, maar pas op de pensioendatum over de pensioenuitkering belasting wordt betaald. In dat geval bestaat er ook geen kans op RVU-risico (lees mogelijkheid 2 van de nieuwe mogelijkheden).

Mogelijkheid 3: Vrijwillige voortzetting pensioendeelneming

Als een werknemer eerder uit dienst gaat, stopt op dat moment ook de pensioenopbouw. Ook heeft het nabestaandenpensioen dan een lagere dekking. Veel werknemers kunnen zich dat niet permitteren. Het is mogelijk dat je als werkgever de financiering van de pensioenopbouw wil voortzetten.

Soms ook maatwerk

Of bovenstaande fiscale mogelijkheden gelden voor een werknemer, hangt af van zijn of haar pensioenregeling. Elke afspraak tussen werkgever en werknemer moet gefaciliteerd worden door de pensioenuitvoerder. Lijkt het erop dat het niet mogelijk is? Laat je dan niet ontmoedigen. Schakel in dat geval jouw pensioenadviseur in. Met maatwerk is er namelijk vaak toch nog wat mogelijk.

Drie nieuwe fiscale mogelijkheden van het pensioenakkoord

Zoals het er nu naar uitziet wordt het wetvoorstel op 12 januari behandeld in de Eerste Kamer. Mogelijk wordt hier dan ook over gestemd. Afhankelijk daarvan ontstaan er drie nieuwe fiscale mogelijkheden per 1 januari 2021 (met terugwerkende kracht) of 2022. Dat zijn:

Mogelijkheid 1: Pensioenuitkering ineens (10%)

Vanaf 1 januari 2022 kunnen werknemers ervoor kiezen om op pensioendatum een deel van het ouderdomspensioen (maximaal 10%) in één keer te laten uitkeren. Ook als de werknemer eerder uit dienst wil gaan of kiest voor deeltijdpensioen. De werkgever moet de werknemer hierover informeren. Voor de werknemer moet duidelijk worden welke keuzes hij kan maken en wat de (fiscale) gevolgen hiervan zijn. Het bedrag ‘ineens’ kan worden uitgekeerd óf op pensioendatum óf in februari van het jaar volgend op het bereiken van de AOW-leeftijd.

Mogelijkheid 2. RVU-drempelvrijstelling

RVU staat voor Regeling Vervroegd Uittreden. Het is een leeftijdsgerelateerde regeling, waar vanaf 1 januari 2021 tot 31 december 2025 in bepaalde gevallen geen fiscale sancties (52% voor de werkgever) op van toepassing zijn. Dit is aan verschillende regels gebonden en het heeft ook meerdere nadelen. Zo kan de WW-uitkering van de werknemer in gevaar komen als gevolg van de periodieke ontslaguitkeringen. Bovendien stopt ook hier (net zoals bij mogelijkheid ‘vrijwillige voortzetting pensioendeelneming’) de pensioenopbouw en valt de dekking van het nabestaandenpensioen lager uit.

Mogelijkheid 3: Meer opbouw verlofsparen

Vanaf 1 januari 2021 is het fiscaal mogelijk om meer verlof te sparen; 100 weken in plaats van 50 weken. Naar verwachting zal dit via cao’s geregeld worden zodat over meer salariscomponenten, zoals overwerktoeslag, gespaard kan worden.


Meer over de gevolgen en kansen van het pensioenakkoord?
Bekijk ons webinar terug!

In ons webinar van 3 december jl. vertelt advocaat Frédérique Hoppers-Rademaker over onder andere onderstaande onderwerpen. 

  • De belangrijkste wijzigingen in het pensioenstelsel
  • De mogelijke nadelen van de nieuwe regeling voor werknemers van 45 jaar en ouder
  • De mogelijk hogere premie- en uitvoeringskosten van de nieuwe regeling voor de werkgever
  • De rol van alle betrokkenen bij de overgang naar het nieuwe stelsel
  • Tips om de transitie zo goed mogelijk uit te voeren

Daarnaast vertelt Folkert Pama, directeur a.s.r. pensioenen, over vijf belangrijke wijzigingen die het pensioenakkoord brengt.

Annelies Heinen

Meer verhalen over Pensioen