Wij vinden het belangrijk dat je weet wat de risico’s zijn van beleggen bij het opbouwen van pensioen. Er zijn vijf risico's: het marktrisico, het renterisico, het beleggingsrisico, het valutarisico en het faillissementsrisico. Hieronder leggen we uit wat deze risico's zijn en wat wij eraan doen om ze te beperken. 
Het marktrisico

Voor je pensioen wordt belegd in aandelen en obligaties. De koersen van deze aandelen en obligaties stijgen en dalen. Dat risico heet het marktrisico. Het is een risico omdat niemand weet wat de koers morgen gaat doen. 

Het marktrisico is niet voor elk soort belegging hetzelfde. Het marktrisico van het aandeel Shell is lager dan van het aandeel van een kleine startup. En een obligatie die door Duitsland wordt uitgegeven is minder risicovol dan een obligatie uitgegeven door Kameroen.  

We beperken het marktrisico op de volgende manieren:

  • enorme spreiding. Elke euro wordt in duizenden verschillende aandelen en obligaties belegd. Wereldwijd, in zo’n 50 landen en op alle continenten En in veel verschillende sectoren.
  • lifecycle-beleggen en herbalanceren. We bouwen het risico af als een werknemer dichterbij de pensioendatum komt. Dit is een standaard onderdeel van onze beleggingsaanpak. 
Het renterisico

Niemand weet wat de stand van de rente volgend jaar is. Laat staan over 20 jaar. Stel je hebt op de pensioendatum een pensioenkapitaal van € 100.000 opgebouwd. Is de stand van de rente op die datum laag? Dan kunt je met die € 100.000 veel minder pensioeninkomen aankopen dan als de rente hoog is. Dat kan best veel uitmaken. Dat renterisico dekken we zoveel mogelijk af met obligaties. Want als de rente daalt, stijgt de waarde van de obligaties en neemt de waarde van je beleggingen toe. Die toegenomen waarde compenseert (deels) het nadelige effect op je inkomen van de lagere rente. Andersom werkt dat net zo natuurlijk...

Wil je hier meer over weten? Bekijk dan ons beleggingsbeleid.

Het beleggingsrisico

Om de gevolgen van een beurscrash te beperken bouwen we vóór de pensioendatum het beleggingsrisico automatisch af. Dat heet lifecycle-beleggen. Een aantal jaar voor je pensioendatum ruilen we elk jaar  een klein beetje aandelen in voor obligaties.  

Kiest een werknemer voor een 'lifecycle' die uitgaat van de aankoop van een vaste pensioenuitkering? Dan wordt bij de 'lifecycle: defensief' één jaar voor de pensioendatum voor 100% in obligaties belegd. Bij de lifecycles 'neutraal' en 'offensief', wordt tot de pensioendatum nog voor een deel in aandelen belegd.   

Kiest een werknemer voor een lifecycle die uitgaat van doorbeleggen en dus van de aankoop van een variabele pensioenuitkering? Dan bouwen we het beleggingsrisico ook af, maar in mindere mate. Op de pensioendatum is dan een groter deel dan bij een vaste pensioenuitkering nog belegd in aandelen, omdat er voor gekozen is ook na de pensioendatum (deels) te blijven beleggen.

Het valutarisico

De aandelen- en obligatiefondsen in de 'lifecycles' beleggen in aandelen en obligaties uit zo’n 50 landen. En daarmee dus ook in bijvoorbeeld Amerikaanse dollars en Japanse yen waarin die aandelen en obligaties genoteerd zijn. Er wordt dus eigenlijk 2 keer belegd: in de aandelen en obligaties zelf én in de valuta waarin deze genoteerd zijn. Dat is een dubbel risico.

Aandelen stijgen naar verwachting op lange termijn. Omdat bedrijven winst maken en groeien. Tegenover het risico van beleggen in aandelen staan dus verwachte opbrengsten. Valutakoersen hebben geen verwachte opbrengsten, maar veranderen daarentegen wel. De kans dat de dollar over 10 jaar 20% hoger staat is even groot als de kans dat deze 20% lager staat. Het verwachte rendement van valuta’s is dus 0%. Maar valutaschommelingen brengen wel risico’s met zich mee. Als bijvoorbeeld de dollarkoers vlak voor de pensioendatum fors daalt, worden beleggingen die in dollar genoteerd zijn ook minder waard. Daarom  dekken we bij aandelen de helft van het valutarisico af. Bij obligaties heeft het valutarisico grotere invloed. Daarom dekken we het valutarisico hier volledig af. Zonder extra kosten, overigens.

Het faillissementsrisico

Een belangrijk risico bij beleggen voor je pensioen is een faillissement. Zowel dat van ASR Premiepensioeninstelling N.V. als van een bedrijf of land waarin belegd wordt. Die risico’s beperken wij op de volgende manieren:

  • als ASR Premiepensioeninstelling N.V. failliet gaat 
    Geen zorgen. Er gebeurt dan niets met het opgebouwde pensioenkapitaal van onze deelnemers. Er wordt op dat moment gekeken waar het pensioenkapitaal wordt ondergebracht. Dit staat in onze afwikkelplannen bij faillissement. Als premiepensioeninstelling (PPI) zijn wij verplicht deze op te stellen, te onderhouden en te delen met toezichthouder De Nederlandsche Bank. 
  • als een bedrijf of een land failliet gaat
    Dit risico wordt beperkt door de enorme spreiding. Je pensioen wordt belegd in duizenden aandelen en obligaties. Een faillissement van een bedrijf of land heeft hierdoor een beperkte invloed op je opgebouwde pensioenkapitaal. Bij obligaties beleggen we alléén in obligaties van kredietwaardige landen en bedrijven. 
Vraag direct onze brochure aan!