Home Zakelijk pensioen Duurzame relatie met werkgevers Pensioenexpert Jeroen Koopmans over het pensioenstelsel van de toekomst

Pensioenexpert Jeroen Koopmans over het pensioenstelsel van de toekomst

08 september 2019

We zijn op weg naar een nieuw pensioenstelsel: vanaf 2022 gaat het pensioenstelsel via wetgeving daadwerkelijk op de schop. Dreigementen van bonden om uit het principeakkoord te stappen als de kortingen worden toegepast, kunnen tussentijds roet in het eten gooien. Om nog maar te zwijgen over de vraag of gecompenseerd zal worden en hoe die compensatie er dan uit gaat zien. Want het is en blijft nog steeds een principeakkoord. ‘Voor werkgevers kan de pijn wel 10 jaar duren. Maar daarna gaat het echt beter.’

Nieuwe stelsel krijgt individuele benadering

In zijn functie als partner van bureau Lane Clark & Peacock is pensioendeskundige Jeroen Koopmans nu al dagelijks bezig met de opties in kaart brengen van de consequenties van het principeakkoord voor een nieuw pensioenstelsel. ‘Maar de uitwerking staat nog lang niet concreet op papier. Daar is het nog te vroeg voor. Duidelijk is wel dat de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer een belangrijke plaats gaat innemen. Dat betekent dat zowel werkgevers als adviseurs in gesprek moeten gaan, bij voorkeur samen met de medezeggenschap. De kern is toch dat het stelsel gaat van een collectieve pensioenregeling naar een meer individuele benadering.’

De kern is dat het stelsel gaat van een collectieve pensioenregeling naar een meer individuele benadering.

Middelloonregeling maakt plaats voor beschikbare premieregeling

Volgens Jeroen bestaat het akkoord uit 2 belangrijke onderdelen. Het 1e is dat het principeakkoord een einde maakt aan de doorsnee opbouw. En niet aan de doorsnee premie wat vaak gezegd wordt. De meeste mensen hebben nu de middelloonregeling, waarin iedereen hetzelfde percentage aan pensioen opbouwt ongeacht je leeftijd. Dat gaat veranderen. Het 2e onderdeel is dat elke pensioenregeling overgaat naar de beschikbare premieregeling, ofwel Defined Contribution. Die garanderen in de basis geen vaste uitkering. Wat je voor dat geld kunt krijgen op je pensioendatum is vooraf niet met zekerheid te zeggen.’ In deze DC-regeling zijn 2 vertakkingen te onderscheiden. ‘In het ene geval wordt de premie belegd en kies je op pensioendatum voor de omzetting van het kapitaal in levenslange pensioenuitkeringen. Bij de 2e vertakking koop je voor de premie direct een uitgesteld pensioen. Als dat wordt ingekocht bij een pensioenfonds, zullen de aanspraken zachter zijn dan nu het geval is. In het nieuwe stelsel is het namelijk de bedoeling dat de buffers verdwijnen en dat een dekkingsgraad van 100 procent de norm wordt voor indexaties. Dit heeft enerzijds tot gevolg dat er sneller geïndexeerd kan worden, maar anderzijds geldt ook dat kortingen sneller doorgevoerd worden.’ 

De premiestaffel verdwijnt

In een beschikbare premieregeling kennen we (nu nog) een premiestaffel. Die premiestaffel verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een doorsneepremie, oftwel de flat rate. Daarbij wordt voor jonge en oudere werknemers dezelfde premie betaald, en die premie wordt ook volledig toegerekend aan die individuen. Dat pakt voor de huidige oudere werknemers slecht uit omdat er dan te weinig tijd is om een goed pensioen op te bouwen. Wie dat gaat compenseren is een van die problemen waarover voorlopig geen duidelijkheid is te verwachten. ‘Het probleem in de transitie is dat oudere werknemers minder kunnen opbouwen dan nu het geval is. Daarvoor moeten ze gecompenseerd worden. Voor jongeren ga je meer betalen, maar voor ouderen minder. Om ouderen hetzelfde pensioen te laten opbouwen als in het huidige stelsel, moet er voor hen ook meer pensioenpremie ingelegd worden. Wie gaat dat betalen? De overheid niet. Die geeft hooguit wat fiscale ruimte. De werknemer in beginsel ook niet. Werknemers hebben een sterke positie omdat de arbeidsvoorwaarden niet zomaar eenzijdig aangepast kunnen worden. Wat overblijft is dus de werkgever. En is die bereid om 100 procent te compenseren?’

Het is een bittere pil voor werkgevers als ze iedere werknemer op het huidige niveau willen compenseren.

Werkgevers en werknemers delen idealiter samen de kosten 

Het ziet er hoe dan ook naar uit dat de werkgever de komende jaren behoorlijk meer gaat betalen. ’Het is een bittere pil voor werkgevers als ze iedere werknemer op het huidige niveau willen compenseren. Maar er gloort licht aan het einde van de tunnel. Afhankelijk van de huidige pensioenregeling en het werknemersbestand zullen na 10 jaar naar verwachting de kosten aanzienlijk dalen, zelfs ruim onder het huidige niveau. Belangrijk is dat de werkgever in gesprek gaat met werknemers, bonden of ondernemingsraden over de keuzes. Want het feit is dat bij een nieuw pensioenstelsel iedere werknemer nieuwe arbeidsvoorwaarden krijgt. En in dat overleg zit naar mijn mening dan ook juist de oplossing: als werkgevers en werknemers gezamenlijk de kosten delen tijdens de transitieperiode, dan is het logisch dat ook beide groepen profiteren van de lagere kosten ná die periode.’

Belangrijke rol voor adviseurs binnen individueler pensioen

Voor adviseurs is er ook de komende tijd werk aan de winkel. ‘De adviseur is de aangewezen persoon om werkgevers en ondernemingsraden te begeleiden bij deze transitietrajecten. De pensioenen worden bovendien steeds individueler en er valt ook echt wat te kiezen. Zeker bij de zuivere beschikbare premieregeling zijn er veel mogelijkheden qua gewenst risico. Vanaf je 53e worden de risico’s standaard afgebouwd en komt het accent meer op obligaties. Maar je kunt er ook voor kiezen om zelfs na je pensioendatum door te beleggen, als je het risico wilt en kunt nemen. Er is dan ook een belangrijke rol voor adviseurs en werkgevers in de informatie naar werknemers.’  

Stip aan de horizon 

Ondanks de vele vraagtekens is Jeroen ervan overtuigd dat het nieuwe stelsel een goede beslissing is. ‘Ja, er is nog veel onduidelijk. We hebben alleen de hoofdlijnen. Maar het is voor Nederland een wereldschokkende transitie. Hoe komen we van hier naar daar? Het Nederlandse stelsel is een fantastisch stelsel en die pijnlijke hobbel moeten we de komende 10 tot 20 jaar maar nemen. Laten we het zo zeggen:  Er is een stip aan de horizon voor het pensioenstelsel van de toekomst.’

Hans Vos

Meer verhalen over Pensioen